Cirkelleren ©

De deelnemer en zijn of haar persoonlijke leerdoelen (1) zijn het uitgangspunt. Middels zelfreflectie en met behulp van een trainer of coach wordt vastgesteld welke aspecten de deelnemer in de praktijk wil versterken. De leerdoelen worden zodanig geconcretiseerd dat ze meetbaar zijn. Vervolgens maakt de deelnemer een persoonlijk plan van aanpak (1). Bedacht wordt HOE met de persoonlijke leerdoelen aan de slag te gaan. Welke concrete acties de deelnemer gaat ondernemen om de leerdoelen te bereiken.
Dan volgt het uitvoeren van het plan. Aan de slag. Actief oefenen. Ervaring opdoen (2).
Dit levert resultaat op. Dat is je natuurlijke feedback (3).
Feedback (4) krijgt de deelnemer verder van zichzelf en, indien aanwezig in de oefensituatie, van mededeelnemers en van de trainer / opleider.
De ervaringen, het resultaat en de feedback worden gebruikt om grondig te reflecteren en te evalueren (5). Doordat reflectie en evaluatie onderdeel zijn van een voortdurend proces kunnen deze zich ontwikkelen tot een vanzelfsprekende activiteit die in elke omgeving plaats kan vinden, waardoor het een dagelijks instrument wordt.
Zo ontstaan vanuit een actieve leersituatie vaak verrassende inzichten, die soms korte metten maken met reeds bestaande overtuigingen. De deelnemers spelen een actieve rol in hun eigen leerproces en maken zich de vaardigheden ieder op hun eigen manier eigen. Van het gebied waarvan men niet weet dat men het niet weet, wordt een klein stukje ont-dekt.
Er is een nieuwe ‘huidige situatie’ (1) ontstaan.